Eendauto
Erik en Jeroentje zitten in de huiskamer op
de grond.
Erik heeft een bal in zijn handen. Hij legt hem op zijn
platte hand en gooit hem met een boogje naar zijn
andere hand. Erik verveelt zich een beetje. Jonas vra-
gen om bij hem te komen spelen, lijkt hem niet zo'n
goed idee. Buiten spelen kan niet. Hij moet Jeroentje
in de gaten houden. Je weet het nooit. Met een boogje
gooit Erik de bal weer naar zijn andere hand. Jeroen-
tje is in de vensterbank gaan zitten en kijkt naar bui-
ten.
„Eendauto! Eendauto!" roept hij.
'Wat moet-ie daar nou toch weer mee,' denkt Erik.
„In het water zwemmen auto's, eh..." zegt
hij. Hij
raakt er zelf nog van in de war. „In het water zwem-
men eenden en op de weg rijden auto's, Jeroentje."
Jeroentje luistert niet zo erg. Hij wijst
naar buiten
en wipt op zijn luierkontje heen en weer. „Eendauto!
Eendauto!"
Erik legt zijn bal neer en komt ernaast zitten.
„Eendauto, doettie brmmmm!"
Erik kijkt ook naar buiten. „Krijg nou wat,"
zegt hij
dan, „hij heeft gelijk! Bob!" roept hij naar de keuken.
„Hij weet hoe een Lelijke Eend eruitziet!"
Hij schudt
zijn hoofd. „Niet te geloven."
Erik blijft nog even samen met Jeroentje
naar buiten
kijken. „En die, Jeroentje, weetje die?"
„Weetedie?" vraagt Jeroentje en legt een
handje op
Eriks been.
„Dat is een Volvo. Zeg eens Vol-vo?"
Jeroentje wijst met een klein vingertje naar buiten.
„Isse volvauto die."
„Ja! Goed zo! En nu die, dat is een
moeilijke.
Renault. Dat is Frans."
„Isse fansautoooo!" zegt Jeroentje blij.
„Nee, nou ja, okee. O! Kijk! Een eend in het water.
Zie je?"
Jeroentje ziet hem ook. „Kekkek doettie
eend!"
„Ja, dat weet je goed!"
Dan beweegt Jeroentje even snel zijn hoofd.
„Toep!
Doettie eend."
„Nee..." Erik schudt zijn hoofd, „wat bedoel
je daar
nou weer mee?"
„Toep doettie," legt Jeroentje nog een keer
uit. Hij
kijkt er heel ernstig bij.
'Hij is dus toch gek,' denkt Erik.
Ze kijken allebei nog even naar de eend die in de
gracht rondjes zwemt. De eend heeft er nogal lol in.
Hij klappert met zijn vleugels en sproeit
zilveren
druppels in het rond. En dan...
„Toep! Doettie eend!" roept Jeroentje
opgetogen.
En weer doet hij, net als de eend nu, zijn hoofdje even
snel naar beneden en daarna meteen weer omhoog
om naar Erik te kijken.
„Krijg nou wat!" zegt die.
